547828388708201

Page content

Kijktechniek op je examen

Kijktechniek bij het links- en rechts afslaan, opzij gaan, uitwijken en wisselen van rijstrook. hier doe je dan de controles uiteraard aan de kant waar je naar toegaat!

Afslaan bij kruispunten

  1. Je eerste controle en richting aan geven. Kan ik veilig zonder gevaar Mijn knipperlichten gebruiken? wat is nu de situatie achter en naast de auto?
  2. snelheid minderen
  3. kruispunt beoordelen, aandacht spreiden, beslissen of je kunt gaan.
  4. De tweede zijwaartse controle waarna je gaat. Kan ik echt veilig opzij gaan? Haalt niemand mij in?
  5. (nacontrole)

Opzij gaan of uitwijken:

Ook al ga je maar een klein beetje opzij , uitwijkt voor een obstakel, fietser, geparkeerde auto, moet je een controle uitvoeren!. zelfs als je geleidelijk uitwijkt. Kortom voordat je een zijdelinkse verplaatsing instuurt moet je de controle uitvoeren.

Rijstrook wisselen en invoegen:

Anticipeer, beoordeel in je spiegels en over je schouders (dode hoek) wat de situatie achter en naast je is op de baan waar je naar toe wilt. Maak een plan, bij drukte breng de auto in positie.

  • 1e controle richting aanwijzer,
  • 2de controle (dode hoek) en gaan.

Hoe ?

Dit doe je dus zowel bij afslaan als bij een rijstrook wisselen als bij uitwijken.

  1. Binnenspiegel,
  2.  Buitenspiegel,
  3.  Schouder dode hoek (links haaks opzij en rechts meer naar rechtsachter kijken), na je schouder weer,
  4.  Voor je kijken en dan knipperen (na de 1e controle).

Dan nog een tweede controle voordat je daadwerkelijk opzij gaat.

De tweede controle of na controle mag je soms inkortte tot de dode hoek( schouder), als je weinig tijd hebt.

Tips:

Op tijd uitvoeren van je tweede controle, vlak voordat je echt op zij gaat. Bij je linker dode hoek niet omgedraaid gaan zitten en achterom kijken, vertrouw gewoon je linker buitenspiegel. En met je rug tegen de rugleuning zit lekkerder.

Belangrijk!

Bewust in je spiegel kijken, houd je schouders in je stoel. Kijk niet in een ronde beweging, kijk gefaseerd.

Algemene kijktechnieken:

Bewust waarnemen, met de ogen het totale verkeersbeeld waarnemen

Bestuurder:

Goed kijken is de basis van veilig autorijden. Als je technisch een uitstekende chauffeur bent maar je ziet niet wat er gebeurt in het verkeer, ben je een gevaar op de weg.

Om te kunnen begrijpen wat voor jou belangrijk is moet je leren om bewust waar te nemen, hiermee krijg je een overzicht van de verkeersomgeving.

Met overzicht wordt bedoeld dat je voortdurend bezig bent met het combineren van gegevens van de verkeersomgeving, dit is nodig om vooruit te kunnen denken en handelen (anticiperen) Om dit te kunnen moet je kennis bezitten van de verkeerstheorie, het voertuig, de weg en de verkeersomgeving. Je moet bijvoorbeeld weten wat voor invloed een bepaald weertype heeft op het gedrag van de auto(sneeuw, ijzel, regen etc.), of waar je welke weggebruikers kunt verwachten. Als je goed scant ben je instaat om aangepast en besluitvaardig te rijden.

Goed scannen kan alleen maar als je goed uitzicht rondom de auto hebt, dus je spiegels moeten goed staan en je ramen moeten schoon zijn. Uitzicht rondom de auto wordt ook beperkt door de raam en deurstijlen(dit zijn dode hoeken), het is soms nodig dat je iets naar voren beweegt om goed te scannen Denk aan je dode Hoeken!

Omgeving:

In de verkeersomgeving zijn andere weggebruikers het gevaarlijkst. Een boom steekt niet plotseling over en een bocht komt niet uit de lucht vallen. Het is bijna altijd het afwijkende gedrag van een persoon dat een ongeval veroorzaakt.

Als er bijvoorbeeld een groot voertuig (vrachtauto) de weg op komt draaien, kan het zijn dat hij tijdelijk gebruik gaat maken van jou weghelft. Anticipeer daarop, laat bv tijdig het gaslos, dan hoef je waarschijnlijk niet ééns te stoppen. Zo is het voor de andere bestuurder ook duidelijk dat je rekening houd met zijn probleem

Rechtdoor:

Iedere 5 tot 8 seconden in je spiegel kijken, binnenspiegel, buitenspiegels, kijk ver ( liefst 534 meter) voor de auto. Het scannen begint met minimaal 534 meter vooruitkijken. Dit is helemaal niet zo heel erg ver, als je 120 km/h rijdt doe je over 534 meter ongeveer 9 seconden.

Als je gaat versnellen, bijvoorbeeld nadat je afgeslagen bent:

Kijk achter en naast je of niemand je inhaalt. Binnenspiegel, linker buitenspiegel.

Bij kruispunten:

Bij het oversteken van een kruispunt even goed je aandacht verdelen, eerst links en dan rechts kijken, liefst 2x of meer (meer dan 1 keer omdat je voorraam raamstijlen heeft, dat is ook een soort dode hoek). Doe dit zo vroeg mogelijk. Bij weinig zicht is, pas je uiteraard de snelheid aan.

Bij voorrang:

Zijwegen op tijd beginnen met inkijken, en zoeken naar bewegende opjecten.

Bij links- en rechts afslaan:

Aan komen rijden met richting aanwijzer , check het kruispunt, tweede controle, vrij? ja? Gaan.

Check dubbelcheck: Check altijd extra op fietsers.

Link afslaan met tram/ busbaan:

Ruim van te voren kijken

Scherpe bocht in de weg:

Ook dan ga je met de auto zijwaarts en moet je een controle uitvoeren voordat je gaat sturen.

Voordat je een bocht naar rechts stuurt: Check op fietsers , scooters in de binnenbocht.

Kijk niet voor je examinator, kijk voor jezelf.

Of je voldoende ver voor de auto kijkt kan je examinator afleiden uit je hoe jij reageert. Laat je tijdig het gas los, maak je mooie bochten Reageer je op andere weggebruikers  zoals een rouwstoet die de weg opdraait etc.

    Comment Section

    0 reacties op “Kijktechniek op je examen

    Plaats een reactie


    *