547828388708201

Page content

Snelweg tijdens je examen

Snelweg tijdens je examen

 Invoegen snelweg:

Juist invoegen begint met een goede positie, voor je invoegt moet je vaak een scherpe bocht doorrijden, scan goed vooruit zodat je de juiste rijlijn kunt bepalen, hou net als bij inhalen, meer afstand dan gebruikelijk, hierdoor rij je jezelf niet vast, en hou je meer overzicht. Controleer ook regelmatig de situatie achter je, stel dat er achter je iemand invoegt en naast je gaat rijden!

 Kijkgedrag:

probeer zo vroeg mogelijk, liefst al op de toerit naar de invoegstrook het verkeer op de doorgaande rijbaan te observeren, zo zie je al in een vroeg stadium of en waar er kan worden ingevoegd. Op de invoegstrook kijk je voor je en gebruik je de spiegels voor het verkeer achter je Vlak voor het oprijden van de doorgaande rijbaan controleer je de dode hoek Waarom: Op de invoegstrook maak je behoorlijk snelheid, als je dan over de schouder gaat kijken, zie je voor je niks, bij 120 km/h ben je in één seconde ben je al 33mtr verder

Voor laten gaan, samenspel:

Invoegen is een bijzondere manoeuvre, je moet snelheid maken om het verkeer op de doorgaande rijbaan zo min mogelijk te hinderen. Heb je de snelheid niet goed geregeld dan waardoor je onnodige hinder veroorzaakt dan zul je het verkeer op de doorgaande rijbaan voor moeten laten gaan!           Het verkeer is een samenspel met de overige weggebruikers communiceer, laat uitvoegend verkeer voorgaan. Voeg in, in volgorde van aankomst. Communiceer met het verkeer, maak bv indien mogelijk oogcontact.

Richtingaanwijzer en sturen:

Zet vlak voor het invoegen je richtingaanwijzer aan, kijk of het overig verkeer daarop anticipeert, en stuur vloeiend (niet scherp) de rijbaan op. Kom uit op de meest rechter rijstrook. Zet de richting pas af als je volledig bent ingevoegd.

Ruimtekussen:

Na het invoegen, zeker als dat tussen ander verkeer moet, is je ruimte kussen te klein. Deze dien je dan net als bij het rijstrook wisselen weer aan te passen naar de situatie Voer een na controle uit.

Spelregels:

  • Recht rijden,

  • Niet al tegen de blokken aan.

  • Midden van de rijstrook houden.

  • Bij de blokken: het controle pakket uitvoeren: 1e controle, knipperen, dan 2e controle (dode hoek) en sturen.

  • Geleidelijk sturen.

  • Naar de vijfde versnelling. Dan de maximum snelheid rijden indien mogelijk.

  • Voer de na controle uit.

 

Uitvoegen snelweg:

 Positie en ruimtekussen:

Wanneer je de doorgaande rijbaan wilt verlaten, moet je tijdig rechts gaan rijden, je hebt dan het beste zicht op de verkeerssituatie, dat is zeker belangrijk als je bij het verlaten gebruik moet maken van een weefvak. Als je vlak voor het uitrijden nog een langzaam voertuig inhaalt is dat prima en goed voor de doorstroming, je moet dan wel zeker weten dat je tijdig rechts kunt gaan rijden. Ruimtekussen: zorg voor voldoende afstand tot je voorligger, let op bestuurders achter je, is er ruimte op de uitvoegstrook? Tijdens het in en uitvoegen kan het gebeuren dat de volgafstand tijdelijk te klein is, deze zul je dan op de uitvoegstrook weer aan moeten passen

Richtingaanwijzer en scan:

Geef tijdig richting aan, (op de snelweg +/- 300 mtr. van te voren). Dit punt herken je vaak aan een ANWB bord. Door dit tijdig te doen weet het overige verkeer ook wat je van plan bent en kan het daarop anticiperen.

Scan en sturen:

Vlak voor je gaat uitrijden, scan je nogmaals. Observeer ook het verkeer achter je en kijk vlak voor het verlaten even in je dode hoek. Is er nog plek, wordt je niet rechts ingehaald Sturen: stuur met een vloeiende lijn de uitvoegstrook op

Ruimtekussen:

Let op de vrije ruimte om de auto, scan goed, ga niet naast een ander voertuig rijden. Als je op de uitvoegstrook rijdt, kun je vaak niet meer naar links, je oude plaats is meestal al weer bezet. Scan daarom goed op de uitwijkmogelijkheden, denk aan plotseling afremmend verkeer op de uitvoegstrook of een plotseling scherpe bocht.

Afremmen en schakelen:

Richtingaanwijzer weer af: Rem tijdig af voor een scherpe bocht, rem af (uitrollen en evt. bijremmen in de versnelling) schakel indien nodig terug na het afremmen, rij niet met een ingetrapte koppeling zeker niet in de bocht Richtingaanwijzer kan weer uitgeschakeld worden, als de uitvoegstrook zich van de doorgaande rijbaan splitst. Dat is bij het puntstuk, en/of het bordje uit.

 Op de snelweg:

Als je niet aan het inhalen bent, houd zoveel mogelijk rechts. Bij grote drukte mogen meerdere rijstroken gevuld blijven, zonder dat je echt inhaalt (doorstroming).

Gebruik je remmen zo min mogelijk, los bijna alles op met je gaspedaal. Probeer snelheid eventueel te minderen door naar 4 terug te schakelen. Bij plotselinge file vorming gebruik je de alarmlichten ter waarschuwing van achteropkomend verkeer. Let op 100 of 120 km/uur ( soms zelfs 130 km/uur). Bij 100 km/uur let op de bordjes op de vangrails of op de hectometer paaltjes langs de weg.

Afstand houden:

 2 seconden regel ( minimaal 50 meter afstand). Het aantal meters is de helft van de snelheid +10%.

Dus bij 80 km/uur moet de afstand 48 meter zijn. Bij regen verdubbelen we bijna de afstanden.

Gevoelsmatig:

 Als de auto voor je een noodstop zou maken, moet je genoeg tijd hebben om daadwerkelijk te reageren. Afstand houden is een continue spel met je gaspedaal.

Vrachtwagens en grotere bestelwagens:

Houd extra veel afstand om goed overzicht te houden op de verkeerstekens, de weg en de bewegwijzering.

 

Motorrijders en file:

 Als je in file rijdt op de snelweg en je wilt wisselen van rijstrook kijk uit voor motorrijders, zij kunnen tussen de auto’s doorrijden.

Spitsstrook:

Soms wordt de vluchtstrook open gesteld als extra rijstrook. Dit kun je zien aan de groene pijl boven de vluchtstrook. De doorgetrokken streep mag je nu zien als onderbroken streep. Als het rode kruis boven de vluchtstrook brand dan ga je niet op de vluchtstrook rijden!

Blokmarkering:

Rechts van deze markering mag je in halen!

Matrixborden:

De elektronische snelheden die vermeld staan zijn geen adviessnelheden, maar verplicht!

Tunnels:

 Doe je lichten aan ( als je nog niet aan had) en druk de tunnelknop in ( er komen dan geen uitlaatgassen in de auto.

Tijdelijk korte asfstand:

 Als het druk is en je wilt invoegen of van rijstrook wisselen, mag je tijdelijk vlak achter de auto voor je (die op een andere rijstrook is) opschuiven.

File rijden:

 Bijvoorbeeld op de snelweg: en je wilt van rijstrook wisselen, dan mag je om hulp vragen, door van te voren te knipperen en eventueel met oogcontact.

 

Bij een weefvak:

Houdt rekening met elkaar, niemand heeft hier voorrang, je moet met elkaar communiceren, zorg dat je je richting van te voren aan hebt, zowel bij naar links als naar rechts van rijstrook wisselen.

Jij rijdt op de snelweg en veel invoegend verkeer:

 Je kan dan de ruimte maken door tijdig naar de linker rijstrook te gaan. Laat zien op je examen dat je durft in te halen, je mag dan best even harder rijden dan toegestaan. Durf ook tijdens het invoegen pittig te accelereren. Je mag meer toeren maken dan dat je normaal doet, zodat je op tijd de juiste snelheid hebt.

Toeritdosering:

 Bij grote drukte kan de toeritdosering worden ingeschakeld, dit zijn verkeerslichten aan het begin van de oprit.

    Comment Section

    0 reacties op “Snelweg tijdens je examen

    Plaats een reactie


    *