547828388708201

Page content

De bijzondere manoeuvres

De bijzondere manoeuvres

Tijdens het uitvoeren van de manoeuvres moet je al het andere verkeer, ook voetgangers, voorrang verlenen. Kijk goed rondom en in je spiegels.

Voordat je rechts van de weg gaat stoppen voor de manoeuvres:

Knipper naar rechts, zodat het verkeer achter je daarop kan anticiperen. Als je wegrijd vanaf de zijkant moet je ook weer al het verkeer voorrang verlenen. De examinator laat je 2 manoeuvres uitvoeren door middel van een opdracht. Bij één van de twee opdrachten dien je achteruit te rijden. De opdracht voer je uit op de weg waar je rijdt.

Er zijn 3 mogelijkheden:

  1. omkeeropdracht.
  2. parkeeropdracht
  3. stopopdracht

Extra mogelijkheid:

De hellingproef kan steekproefsgewijs extra gevraagd worden. Bij de 3 mogelijke opdrachten mag je zelf kiezen waar en hoe je de opdracht uitvoert. Je kiest de manoeuvre die het veiligst en makkelijkst is, en die het minste het verkeer hindert. Je maakt gebruikt van knipperen of van je alarmlichten.

Omkeeropdracht:

  1. U turn of halve draai, in één keer omdraaien dus. Dit is het beste als het kan, de weg moet wel breed genoeg zijn hiervoor. Als je gaat, naar links knipperen. Door zacht te rijden verklein je de draaicirkel.
  2. Gebruik maken van een zijweggetje. Door er achteruit rechts in te gaan, zodat je vooruit weer de hoofdweg op kan.
  3. Steken in drieën, ofwel straatje keren. Dit doe je als het smal is en er geen zijweg is. Het mag ook niet te druk zijn.
  4. Zijn de voorgaande 3 niet mogelijk maak dan creatief gebruik van de mogelijkheden. Bijvoorbeeld link afslaan in een zijweg, en achteruit rechts de hoofdweg oprijden.

Parkeeropdracht

  1. Vooruit file- parkeren. Als je buitenspiegel gelijk is aan de voorbumper van de geparkeerde auto rechts naast je, dan vooruit langs de zijkant. Bij voorkeur aan de rechterkant van de weg. Van te voren knipperen of alarm zetten.
  2. Achteruit file- parkeren, als je minder ruimte hebt. Van te voren alarm zetten of knipperen. Bij voorkeur aan de rechterkant van de weg.
  3. Achteruit in een vak parkeren, als er vakken zijn aan de rechterkant. Bij vak parkeren heeft dit de voorkeur. Met knipperen naar rechts.
  4. Vooruit in een vak parkeren, op voorwaarde dat het wegrijden achteruit uit het vak gemakkelijk kan.

Stopopdracht

Langs de zijkant van de weg parkeren. Aanrijdend knipper je naar rechts of links en dan aansluiten bij een geparkeerde auto voor je, zodanig dat je nog net vooruit weg kan rijden zonder dat je eerst achteruit te gaan. Er moet dus een auto geparkeerd staan. Bij voorkeur aan de rechterkant van de weg.

Hellingproef:

Wegrijden op een helling zonder dat je eerst achteruit rolt. Dit doe je door de koppeling op te laten komen tot je voelt dat hij trekt en dan pas de rem loslaten. Voor dat je gaat goed controleren en links knipperen als signaal ik ga rijden.

 

    Comment Section

    0 reacties op “De bijzondere manoeuvres

    Plaats een reactie


    *