547828388708201

Page content

B.B.R.A.A.V.V.O.K.

Banden:

Spanning in Bar:

examengarantie

  • Voor    2   bar
  • Achter 2,5 bar

Profiel:
Wettelijk minimum profieldiepte 1 mm, beter is vervangen bij 2 mm.

Verdere controle:

  • Haarscheurtjes. (ouderdom of lang stilstaan)
  • Scherpe delen in de band ( spijkers of i.d.)
  • Ventieldopjes moeten er op zitten ( leeglopen lucht).

Brandstof:

Hoe de tank-inhoud te meten:

Er zijn twee manieren dit te controleren.

  • Door in de tank te kijken.
  • Door de dagteller te gebruiken.

Bij een lege tank is er nog een reserve aanwezig, deze kan worden aangesproken door de benzine kraan aan de linker kant van de motor omhoog te zetten.

Remmen:

controle- punten voor en achter:

Begin met de controle voor.

  • Er moet voelbaar druk op de rem staan.
  • De remvloeistof moet tussen minimum en maximum staan. (motor rechtop)
  • Aansluitpunten plus remleidingen mogen niet lek zijn.
  • Remblokjes mogen niet tegen de remschijf aanzitten.
  • Remschijf moet minimaal 4 mm dik zijn.
  • Remschijf moet vlak zijn.
  • Gaatjes in de remschijf dienen voor vuil, warmte en water afvoer en dienen dus schoon en open te zijn.
  • Een laag remvloeistof niveau kan een indicatie zijn voor versleten remblokjes of een lekkage, het is een gesloten systeem en mag dus niet zomaar gevuld worden.
Aandrijving:

Hoe zijn de motoren aangedreven en wat controleer je?

Ketting aangedreven.

  • Ketting mag niet roestig zijn.
  • Ketting moet goed gesmeerd zijn. (vet)
  • Ketting moet 2 a 3 centimeter speling hebben. (meten met iemand op de motor)
  • Bij meer dan 2 a 3 centimeter spelling, achterwiel verder naar achter zetten.
  • Tandwielen mogen niet puntig zijn (dit wijst op slijtage)
  • Bij vervangen van de ketting dienen ook de tandwielen vervangen te worden.

ACCU:

Waar in de motor:

  • De accu bevindt zich onder de zitting.

Controle punten:

  • De accu moet deugdelijk gemonteerd zijn ( vast zitten)
  • De accu aansluitingen mogen niet geoxideerd zijn. (accupolen)
  • De accu vloeistof, minimum - maximum, bij controle moet de motor rechtop staan.

Verlichting:
Alle verlichting controleren voor en achter:

  • Richtingaanwijzers.
  • Stadslicht.
  • Dimlicht.
  • Grootlicht.
  • Remlicht.
  • evt. Mistlicht.

Verlichting kun je controleren door voor een raam te gaan staan en de spiegeling te bekijken, een andere optie is om je hand voor de lampen te houden terwijl jij naast de motor staat.

Vergeet niet de controle/ indicatie lampjes

  • Site stand / zij standaard (geel)
  • Neutraal lampje (groen)
  • Olie lampje (rood)
  • Grootlicht lampje (blauw)

Vering:

Controle aan de vering voor en achter:

Geen corrosie of slijtplekken danwel roest op de veren en de voorvork.
Rubbers dienen heel te zijn (lekkage).

Vering moet links en rechts gelijk zijn afgesteld.

Vering moet op het juiste gewicht zijn afgesteld.

Olie:

Wat controleer je aan je olie en hoe?

  • Het niveau. (bij controle motor recht op)
  • Met peilstok of kijkglas.
  • Dop losdraaien, schoonmaken, terug steken niet aandraaien en dan opnieuw uitpakken, resultaat aflezen.
  • Motorolie mag niet gitzwart zijn. (transparant grijs)
  • Indien nodig bijvullen of verversen. (in zelfde gat als waar je peilt.
Als je olielampje gaat branden direct de motor stoppen en uitzetten.
Koeling:

Hoe is de motorgekoeld en wat controleer je?

  • Koelvloeistof niveau. (bij controle motor rechtop)
  • Radiator moet schoon en niet roestig zijn. (zeker niet lek)
  • Alle slangen en aansluitpunten controleren op lekkage.

    Comment Section

    0 reacties op “B.B.R.A.A.V.V.O.K.

    Plaats een reactie


    *